Algemeen

 
België kende tot in een recent verleden nogal wat politiediensten.
De Wet op het politieambt (WPA)  van 5 augustus 1992 had het over  een aantal politiediensten die deel uitmaakten van de openbare macht, met name:
-  de algemene politiediensten: de Rijkswacht, de gemeentepolitie en de gerechtelijke politie bij de parketten;
-  de bijzondere politiediensten: de spoorwegpolitie, de zeevaartpolitie en de luchtvaartpolitie.
 
Het zogenaamde Octopusoverleg en –akkoord van 23 mei 1998 gaven aanleiding tot de Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, van 7 december 1998 (WGP).

Hierdoor werd niet alleen de structuur, maar ook de verhouding met de overheden grondig getransformeerd en het politiebestel kreeg een veel planmatiger en op overleg gesteunde basis. De hervorming ging gepaard met een omvangrijke regelgeving. De initiële hervorming werd gevolgd door een beperkt aantal opeenvolgende aanpassingen. 
 
België heeft nu politiekorpsen op twee niveaus, de lokale politie en de federale politie en ze vormen samen de geïntegreerde politie. Er werken ongeveer 47.000 vrouwen en mannen. Ongeveer 39.000 behoren tot het operationeel kader (politiemensen) en ongeveer 8.000 medewerkers zonder politiebevoegdheid werken vooral in administratieve en logistiek ondersteunende functies (het  zogenaamde CALog-personeel).
  

 
Volg ons op Facebook
Interessante links
Poll
Onze vernieuwde website